065. Bijbelstudie over de
DAG VAN DE EERSTELINGEN - YOM HABIKURIM
,yrvkbh ,vy
.,tmh9]m ,q iv>y Yeshua qam min haMetim [Yeshua is opgestaan uit de doden]! Deze woorden gingen als een
lopend vuurtje door héél Israël, vanuit Judea tot Galilea aan toe en zij hebben
de grootste impact op de mensheid gehad in de hele wereldgeschiedenis! Het is
een historisch feit met keiharde bewijzen waar men niet omheen kan, maar
desondanks zijn er door alle eeuwen heen steeds mensen geweest die dit
betwisten! Grieken willen het niet geloven omdat ze er gewoon met hun verstand
niet bij kunnen dat er iemand lichamelijk uit de doden kan opstaan omdat hun
denkpatroon immers bepaald wordt door het dualisme en het rationalisme. Daarom
zoeken zij steeds naar rationele en wetenschappelijke verklaringen. Joden
daarentegen willen de opstanding van Yeshua best wel geloven, maar men moet eerst met tastbare bewijzen komen
onder het motto: eerst zien en dan geloven! De alom bekende apostel Tomas is daar een prachtig voorbeeld van. Daarom ziet de wereld
ons gelovigen vaak als gekken die je niet serieus moet nemen. Dat is nu zo,
maar dat was in bijbelse tijden ook al niet anders: “Want het woord des
kruises is wel voor hen, die verloren gaan, een dwaasheid, maar voor ons, die
behouden worden, is het een kracht G’ds. Want er staat geschreven: Verderven
zal Ik de wijsheid der wijzen, en het verstand der verstandigen zal Ik verdoen.
Waar blijft de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze
tijd? Heeft G’d niet de wijsheid der wereld tot dwaasheid gemaakt? Want daar de
wereld in de wijsheid G’ds door haar wijsheid G’d niet gekend heeft, heeft het
G’d behaagd door de dwaasheid der prediking te redden hen die geloven. Immers, de
Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid, doch wij prediken een
gekruisigde Mashiach, voor Joden een aanstoot, voor heidenen een dwaasheid,
maar voor hen, die geroepen zijn, Joden zowel als Grieken, prediken wij de Mashiach, de kracht G’ds en de wijsheid
G’ds” (1
Korinthiërs 1:18-24). Sha’ul [Paulus] schrijft hier dat de
mensen die alles maar rationeel willen verklaren en niets geloven zonder
steekhoudende bewijzen denken dat zij slimmer zijn dan wij, maar in feite is
het net andersom. Wat zij doen is juist heel dom omdat zij door hun sceptische houding
de enige kans voorbij laten gaan om voor eeuwig behouden te worden! Het is om
deze reden dat Yeshua gezegd heeft: “Zalig zij, die
niet gezien hebben en toch geloven!” - Wat moeten wij geloven? De
opstanding van Yeshua natuurlijk, want daar gaat deze tekst
en ook deze hele bijbelstudie immers over. Maar waarom is Zijn opstanding voor
ons zo belangrijk, en wat ging er allemaal aan vooraf?
Door alle generaties heen vieren de Joden ieder jaar xcp Pesach om de uittocht uit Egypte onder leiding van Moshe [Mozes] te herdenken. Het is een bevrijdingsfeest,
want het volk der Israëlieten werd door de Eeuwige bevrijd uit de slavernij.
Voor de Messiasbelijdende Joden heeft Pesach
echter een diepere betekenis gekregen, want door Zijn offer op Golgotha en Zijn
opstanding heeft Yeshua ons bevrijd uit de
slavernij van de zonde. Dit gebeurde tijdens Pesach,
en daarom is het met Pesach eigenlijk dubbel
feest! De instelling van dit bevrijdingsfeest, dat acht dagen lang duurt en op
de 15e Nisan begint, vinden wij in tvm> Shemot [Exodus] 12:1-28 en arqyv
Vayiqra [Leviticus] 23:4-14. Een dag eerder, op de 14e Nisan, moest een lam geslacht worden en zijn bloed
moest men op de deurposten van de huizen strijken, om de engel des doods te
laten voorbijgaan, dus passeren. Het woord Pasen is daarvan afgeleid. Het
Yeshua is waarlijk opgestaan en daarop mogen
wij ons beroepen, want dat is het fundament van ons geloof! Maar G’d laat niets
aan het toeval over. Yeshua moest sterven op de dag waarop het
Paaslam geslacht werd maar Zijn opstanding vond plaats op de dag na de eerste Shabat van Pesach, die ,yrvkbh ,vy Yom haBikurim [de Dag der Eerstelingen] wordt
genoemd. Yeshua is de Eersteling uit de doden en deze
rijke symboliek komen wij tegen in de Mitzva [opdracht] voor de Israëlieten, om de eerstelingen van de oogst aan de Eeuwige
te geven, zoals in arqyv Vayiqra
[Leviticus] 23:10 en 11 staat geschreven: “Spreek
tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer gij komt in het land dat Ik u geef,
en de oogst daarvan binnenhaalt, dan zult gij de eerstelingsgarve van uw oogst
naar de priester brengen, en hij zal de garve voor het aangezicht van de
Eeuwige bewegen, opdat gij welgevallig zijt; op de dag na de Shabat zal de priester die bewegen.” De Eersteling uit de doden, Yeshua, is op de dag na de Shabat opgestaan! Een toeval? Volstrekt niet! De
eerstelingsgarve, die voor het aangezicht van de Eeuwige bewogen moest worden,
is een beeld van Yeshua, die niet alleen als plaatsvervanger voor de zondaars
stierf, maar als Eersteling uit de dood opstond zodat ook wij dit eens mogen
doen. Dat is geen veronderstelling, maar een belofte: “Want evenals in Adam
allen sterven, zo zullen ook in de Mashiach allen levend gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen
rangorde: de Mashiach als eersteling, vervolgens die van de Mashiach zijn bij Zijn
komst.” (1 Korinthiërs 15:22-23). Dat de
priester de eerstelingsgarve voor het aangezicht van de Eeuwige moest bewegen
was zowel een gebaar van aanbidding alsook van overwinning, want de
eerstelingen op het veld gaven de zekerheid dat ook de rest van de oogst straks
veilig binnengehaald zal worden, en zo geeft ook de opstanding van Yeshua als Eersteling ons
gelovigen de zekerheid dat al de overige doden straks zullen worden opgewekt.
De agrarische achtergrond van Yom haBikurim, de Dag van de Eerstelingen, openbaart ons echter op
profetische wijze nog een ander aspect van Zijn opstanding, want in ]nxvy Yochanan [Johannes] 12:24
spreekt Yeshua
reeds over Zijn dood en begrafenis, en vergelijkt dit met een graankorrel. Hij
zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde
valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel
vrucht voort.” Yeshua maakt hiermee duidelijk, dat de verzoening tussen G’d en
mens alleen maar tot stand gebracht kon worden door Zijn verzoenend sterven en
de opstanding. Alleen Zijn dood, begrafenis en opstanding die wij in de
symboliek van Pesach terugvinden, kon de oogst van de gerechtvaardigde en met
G’d verzoende zondaars mogelijk maken! Het getuigt van wijsheid om deze
waarheid te geloven en men zaagt als het ware de tak af waarop men zit als men
dit ontkent. Desondanks weigeren veel Joodse mensen te geloven in de opstanding
van Yeshua
omdat zij Hem niet als Mashiach erkennen, en veel niet-joodse mensen geloven wel in een
leven na de dood als geest, maar het gaat hen te ver om in een lichamelijke
opstanding te geloven. Maar zij kunnen het bestaan van de gedetailleerde
ooggetuigenverslagen niet ontkennen, die opgetekend staan in de vier Evangeliën
wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat, zoals Lucas betuigt: “Aangezien
velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons
hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het
begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot
het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit
in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus,
opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen der zaken, waaraan gij onderricht
zijt” (Lucas
1:1-4).
Christenen zijn doorgaans
van mening dat de lijdensweek en het Paasfeest een puur christelijke
aangelegenheid is. In het vorige hoofdstuk heb ik reeds aangetoond dat dit niet
zo is, maar slechts binnen de Joodse context van Pesach
volledig begrepen en daar niet van losgekoppeld kan worden. Met name de
opstanding van Yeshua kan uitsluitend vanuit
Joodse bronnen worden aangetoond en nader toegelicht, want alleen Joden waren
getuigen van Zijn opstanding. Laten wij derhalve de vier ooggetuigenverslagen
in B’rit haChadasha [het Nieuwe Testament] één
voor één heel nauwkeurig bestuderen: “Laat na de Shabat,
tegen het aanbreken van de eerste dag der week, ging Miryam
haMagdalit [Maria van Magdala] en de andere Miryam
[Maria] het graf bezien. En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel
des Heern daalde uit de hemel neder en kwam nader, en hij wentelde de steen weg
en zette zich daarop. Zijn uiterlijk was als een bliksem en zijn kleding wit
als sneeuw. En de bewakers werden door vrees voor hem bevangen en zij werden
als doden. Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: Weest gij niet
bevreesd; want ik weet, dat gij Yeshua zoekt,
de gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt, gelijk Hij gezegd
heeft; komt, ziet de plaats, waar Hij gelegen heeft. En gaat terstond op weg en
zegt zijn Talmidim [discipelen], dat Hij is
opgewekt uit de doden. En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem
zien. Zie, ik heb het u gezegd. En zij gingen terstond weg van het graf, met
vrees en grote blijdschap, en liepen haastig voort om het Zijn Talmidim te berichten. En zie, Yeshua kwam haar tegemoet en zeide: Weest gegroet.
Zij naderden Hem en grepen Zijn voeten en zij aanbaden Hem. Toen zeide Yeshua tot haar: Weest niet bevreesd. Gaat heen en
bericht Mijn broeders, dat zij naar Galilea gaan, en daar zullen zij Mij zien.
Toen zij onderweg waren, zie, enigen van de wacht kwamen in de stad om de
overpriesters al het gebeurde te berichten. En in een vergadering met de
oudsten kwamen zij tot een besluit en zij gaven de soldaten veel geld, en zij
zeiden: Zegt, zijn Talmidim zijn des nachts
gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En indien dit de
stadhouder ter ore komt, wij zullen het in orde brengen en maken, dat gij
buiten moeite blijft. En zij namen het geld aan en deden zoals hun gezegd was.
En dit gerucht is onder de Joden verbreid tot de dag van heden toe.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs 28:1-15). - We kunnen ons best
voorstellen dat Miryam haMagdalit en de moeder
van Ya’aqov [Jacobus] en Yosef [Jozef] door liefde gedreven op de eerste dag
van de week naar het graf van Yeshua gingen. Deze
vrouwen deden als eersten dè ontdekking van hun leven. Het is ook de kern van
de blijde boodschap die aan de hele wereld moet worden gebracht: het graf is
leeg! Hun eerste reactie was: vrees! Het is natuurlijk huiveringwekkend als
midden in onze alledaagse realiteit de G’d van Israël, die zo hoog en ver leek
maar toch zo nabij blijkt te zijn, Zich openbaart in zulke geweldige tekenen en
woorden van een engel! Er was echter geen reden tot een angstige schrik en
daarom was het eerste woord van de engel geruststellend: 'Weest gij niet
bevreesd', Want de blijde boodschap die hij verkondigde, was echt het
mooiste wat zij ooit hebben gehoord: hun geliefde Mashiach is opgestaan uit het
graf! Vandaar dat hun tweede reactie een grote blijdschap was! Door te
gehoorzamen aan de opdracht om heen te gaan en deze gebeurtenis te verkondigen
kwam er weer een bemoediging, en ook een bevestiging en bekroning van hun
blijdschap door de verschijning van de Opgestane Zelf. Wat een heerlijke
ontmoeting moet dat geweest zijn! Als bewijs voor de opstanding hebben wij hier
het getuigenis van de engel en van Yeshua zelf
betreffende Zijn opstanding. Nu zouden wij kunnen denken, dat het misschien
beter geweest zou zijn, als er een aantal gelovigen bij aanwezig waren geweest,
die de steen door de engel hadden zien afwentelen, het dode lichaam hadden zien
herleven, zoals de mensen La’azar [Lazarus] uit
het graf zagen komen, want dan zou de zaak echt onbetwistbaar geweest zijn. Dat
is wel zo, maar laat ons aan de oneindige Wijsheid van G’d de wet niet willen
voorschrijven, die het zó beschikt heeft, dat de reeds genoemde getuigen Hem
wel opgestaan zagen, maar Hem niet zagen opstaan. Zijn menswording in het
sterfelijk lichaam was een verborgenheid, en ook Zijn opstanding in het
verheerlijkte lichaam was een verborgenheid. Zalig zijn zij, die niet gezien
hebben, en toch zullen geloven dat het echt zo gebeurd is. Yeshua heeft voldoende bewijzen gegeven van Zijn
opstanding als bevestigd werden door de Schriften, en door het woord, dat Hij
heeft gesproken! En toch waren er ook echte ooggetuigen van Zijn opstanding: de
soldaten! Een nog betrouwbaarder bewijs voor de opstanding van Yeshua dan het
getuigenis van Zijn volgelingen is immers de bekentenis van Zijn tegenstanders,
die op wacht hadden gestaan! Er zijn twee dingen, die dit getuigenis
versterken: zij waren inderdaad ooggetuigen en hebben zelf de heerlijkheid der
opstanding gezien, die niemand anders gezien heeft, en zij waren vijanden, die
daar juist geplaatst waren, om Zijn voorspelde opstanding te verhinderen! Het
is dus interessant dat dit getuigenis uitgerekend werd afgelegd voor de
overpriesters! Terwijl de vrouwen weg gingen, om de tijding aan de Talmidim te brengen, welke hun hart zou vervullen van
blijdschap, gingen de soldaten diezelfde tijding brengen aan de overpriesters!
Zij vertelden hun alles over de aardbeving, de nederdaling van de engel, het
afwentelen van de steen, en het levend uitkomen van het lichaam van Yeshua uit het graf. Aldus werd het teken van Yona haNavi [Jona de profeet] tot de overpriesters
gebracht met het helderste en onbetwistbare getuigenis. Wij kunnen ons wel
voorstellen welk een grievende vernedering dit voor hen was! Men zou toch
eigenlijk hebben kunnen verwachten, dat zij nu in Yeshua
zouden geloven en er berouw van zouden hebben, dat zij Hem ter dood gebracht
hadden; maar zij volhardden in hun ongeloof, en zo zijn er nog steeds velen die
het niet geloven tegen beter weten in. Maar laten wij nu naar het volgende
ooggetuigenverslag kijken: “En toen de Shabat
voorbij was, kochten Miryam haMagdalit [Maria
van Magdala] en Miryam [Maria] de moeder van Ya’aqov [Jakobus], en Sh’lomit
[Salome] specerijen om Hem te gaan zalven. En zeer vroeg op de eerste dag der
week gingen zij naar het graf, toen de zon opging. En zij zeiden tot elkander:
Wie zal ons de steen afwentelen van de ingang van het graf? En toen zij
opzagen, aanschouwden zij, dat de steen afgewenteld was; want hij was zeer
groot. En toen zij in het graf gegaan waren, zagen zij een jongeling zitten aan
de rechterzijde, bekleed met een wit gewaad, en ontsteltenis beving haar. Hij
zeide tot haar: Weest niet ontsteld. Yeshua zoekt gij, de Nazarener, de gekruisigde. Hij is
opgewekt, Hij is hier niet; zie de plaats, waar zij Hem gelegd hadden. Maar
gaat heen, zegt zijn Talmidim [discipelen] en Kefa [Petrus], dat Hij u voorgaat naar Galilea; daar
zult gij Hem zien, gelijk Hij u gezegd heeft. En zij gingen naar buiten en
vluchtten van het graf, want siddering en ontzetting hadden haar bevangen. En
zij zeiden niemand iets, want zij waren bevreesd. Toen Hij des morgens vroeg op
de eerste dag der week opgestaan was, verscheen Hij eerst aan Miryam haMagdalit, van wie Hij zeven boze geesten
uitgedreven had. Zij ging heen en berichtte het hun, welke bij Hem geweest
waren, die treurden en weenden. En toen zij hoorden, dat Hij leefde en door
haar gezien was, geloofden zij het niet. Daarna verscheen Hij in een andere
gedaante aan twee van hen op de weg, terwijl zij zich naar het land begaven. En
ook die gingen heen om het aan de anderen te berichten. En ook die geloofden
zij niet. Daarna verscheen Hij aan de elven zelf, terwijl zij aanlagen, en Hij
verweet hun hun ongeloof en hardheid van hart, omdat zij hen niet geloofden die
Hem aanschouwd hadden, nadat Hij opgewekt was.” (Marcus 16:1-14). Lees nu het derde
getuigenverslag: “En op de Shabat rustten
zij naar het gebod, maar op de eerste dag der week gingen zij reeds vroeg in de
morgenstond met de specerijen, die zij gereedgemaakt hadden, naar het graf. Zij
vonden de steen van het graf afgewenteld, en toen zij er ingegaan waren, vonden
zij het lichaam van Yeshua haAdon niet. En het
geschiedde, terwijl zij daarvoor in verlegenheid waren, dat, zie, twee mannen
in een blinkend gewaad bij haar stonden. En toen zij zeer verschrikt werden en
haar aangezicht ter aarde neigden, zeiden dezen tot haar: Wat zoekt gij de
levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgewekt. Herinnert u, hoe
Hij, toen Hij nog in Galilea was, tot u gesproken heeft, zeggend, dat de Zoon
des mensen moest overgeleverd worden in de handen van zondige mensen en
gekruisigd worden en ten derden dage opstaan. En zij herinnerden zich Zijn
woorden, en teruggekeerd van het graf, boodschapten zij dit alles aan de elven
en aan al de anderen. Dit waren dan Miryam haMagdalit
[Maria van Magdala], Yochana [Johanna], en Miryam [Maria], de moeder van Ya’aqov [Jacobus]. En de anderen, die met haar waren, zeiden dit
aan de Sh’lichim [apostelen]. En deze woorden
schenen hun zotteklap en zij geloofden haar niet. Doch Kefa
[Petrus] stond op en liep snel naar het graf. En toen hij zich bukte, zag hij
alleen de windsels. En hij ging weg, bij zichzelf verbaasd over wat er mocht
gebeurd zijn.” (Lucas 24:1-12). Hierna volgt het bekende verhaal van de
Emmaüsgangers dat ik omwille van de tijd oversla en ga vanaf vers 33 t/m 48
verder met de verschijningen van Yeshua: “En
zij stonden op en keerden terzelfder tijd terug naar Jeruzalem en zij vonden de
elven en die bij hen waren, vergaderd, en dezen zeiden: De Heer is waarlijk
opgewekt en is aan Shimon [Simon] verschenen.
En zij verhaalden wat onderweg gebeurd was en hoe Hij door hen herkend was bij
het breken van het brood. En terwijl zij hierover spraken, stond Hij zelf in
hun midden; en zij werden ontzet en verschrikt en meenden een geest te
aanschouwen. Doch Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij ontsteld en waarom komen
er overwegingen op in uw hart? Ziet Mijn handen en Mijn voeten, dat Ik het zelf
ben; betast Mij en ziet, dat een geest geen vlees en beenderen heeft, zoals gij
ziet, dat Ik heb. En bij dit woord toonde Hij hun zijn handen en voeten. En
toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zeide Hij
tot hen: Hebt gij hier iets te eten? Zij reikten Hem een stuk van een gebakken
vis toe. En Hij nam het en at het voor hun ogen. Hij zeide tot hen: Dit zijn
Mijn woorden, die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles wat over Mij
geschreven staat in de Tora van Moshe [Mozes] en de profeten en de psalmen moet
vervuld worden. Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften begrepen.
En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Mashiach moest lijden en ten derden dage opstaan uit de doden, en
dat in Zijn Naam moest gepredikt worden bekering tot vergeving der zonden aan
alle volken, te beginnen bij Jeruzalem. Gij zijt getuigen van deze dingen.” -
Het vierde en laatste verslag is het meest uitgebreide en levert dus ook nog
meer details op: “En op de eerste dag der week ging Miryam
haMagdalit [Maria van Magdala] vroeg, terwijl het nog donker was, naar
het graf en zij zag de steen van het graf weggenomen. IJlings kwam zij dan bij Shimon Kefa [Simon Petrus] en bij de andere Talmid [discipel], die Yeshua
liefhad, en zeide tot hen: Zij hebben de Heer weggenomen uit het graf en wij
weten niet, waar zij Hem hebben neergelegd. Kefa
ging op weg en ook de andere Talmid en zij
begaven zich naar het graf; en die twee liepen samen snel voort; en de andere Talmid liep vooruit, sneller dan Kefa, en kwam het eerst aan het graf, en zich
vooroverbuigende, zag hij de linnen windsels liggen; hij ging echter niet naar
binnen. Shimon Kefa dan kwam ook, hem volgende,
en hij ging het graf binnen en zag de windsels liggen, maar de zweetdoek, die
op zijn hoofd geweest was, zag hij niet bij de windsels liggen, doch opgerold,
terzijde op een andere plaats. Toen ging ook de andere Talmid,
die het eerst aan het graf gekomen was, naar binnen, en hij zag het en
geloofde; want zij kenden de Schrift nog niet, dat Hij uit de doden moest
opstaan. De discipelen dan gingen weder naar huis. En Miryam
stond buiten dicht bij het graf, wenende. Terwijl zij dan weende, boog zij zich
voorover naar het graf, en zij zag twee engelen zitten, in witte klederen, een
aan het hoofdeinde en een aan het voeteneinde, waar het lichaam van Yeshua gelegen had. En zij zeiden tot haar: Vrouw,
waarom weent gij? Zij zeide tot hen: Om dat zij mijn Heer weggenomen hebben en
ik weet niet, waar zij Hem neergelegd hebben. Na deze woorden keerde zij zich
om en zag Yeshua Jezus staan, maar zij wist
niet, dat het Yeshua was. Yeshua zeide tot haar: Vrouw, waarom weent gij? Wie
zoekt gij? Zij meende, dat het de hovenier was, en zeide tot Hem: Heer, als gij
Hem weggedragen hebt, zeg mij dan, waar gij Hem hebt neergelegd en ik zal Hem
wegnemen. Yeshua zeide tot haar: Miryam! Zij keerde zich om en zeide tot Hem in het
Hebreeuws: Rabuni, dat wil zeggen: mijn
Meester! Yeshua zeide tot haar: Houd Mij niet
vast, want Ik ben nog niet opgevaren naar de Vader; maar ga naar Mijn broeders
en zeg hun: Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, naar Mijn G’d en uw G?d. Miryam haMagdalit ging heen en boodschapte de Talmidim, dat zij de Heer had gezien en dat Hij haar
dit gezegd had. Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter
plaatse, waar de Talmidim zich bevonden, de
deuren gesloten waren uit vrees voor de Judeërs, kwam Yeshua
en stond in hun midden en zeide tot hen: Shalom!
[Vrede zij u!] En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn
zijde. De Talmidim dan waren verblijd, toen zij
de Heer zagen. Yeshua dan zeide nogmaals tot
hen: Shalom! [Vrede zij u!] Gelijk de Vader Mij
gezonden heeft, zend Ik ook u. En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en
zeide tot hen: Ontvangt Ruach haQodesh [de
Heilige Geest]. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden;
wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend. En Tomas,
een der twaalven, genaamd Didymus, was niet
met hen, toen Yeshua daar kwam. De andere
discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de Heer gezien! Maar hij zeide tot
hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagels en mijn vinger niet
steek in de plaats der nagels en mijn hand niet steek in Zijn zijde, zal ik
geenszins geloven. En na acht dagen waren Zijn Talmidim
weer in het huis en Tomas met hen. Yeshua kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij
stond in hun midden en zeide: Shalom! [Vrede
zij u!]! Daarna zeide Hij tot Tomas: Breng uw
vinger hier en zie Mijn handen en breng uw hand en steek die in Mijn zijde, en
wees niet ongelovig, maar gelovig. Tomas
antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heer en mijn G’d! Yeshua
zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij die niet
gezien hebben en toch geloven. Yeshua heeft nog
wel vele andere tekenen voor de ogen Zijner Talmidim
gedaan, die niet beschreven zijn in dit boek, maar deze zijn geschreven, opdat
gij gelooft, dat Yeshua is de Mashiach, de Zoon van G’d, en opdat gij, gelovende,
het leven hebt in Zijn naam.” (]nxvy Yochanan [Johannes] 20:1-31). De op het eerste gezicht tegenstrijdige verhalen over
de opstanding van Yeshua worden door critici
maar al te graag aangegrepen om te bewijzen dat Zijn kruisdood en ook de
opstanding nooit zouden hebben plaats gevonden. Zij vinden dat de getuigenissen
dermate van elkaar verschillen dat het waarheidsgehalte daarvan bijzonder klein
zou zijn. Ik durf het tegendeel te beweren: Als je de
opstandingsverhalen van de vier evangelisten objectief bekijkt, naast elkaar
legt en met elkaar vergelijkt, dan bemerk je juist dat het werkelijk zeer
realistische ooggetuigenverslagen zijn. Niet alles is mooi aan elkaar gepast,
bijna wanordelijk en ogenschijnlijk tegenstrijdig, maar juist daarom zo
betrouwbaar, zo echt! Als de schrijvers dit verhaal hadden verzonnen, dan
zouden ze er namelijk een prachtig sluitend geheel van gemaakt hebben, of niet
soms? Juist het feit dat het op het eerste gezicht tegenstrijdige verslagen
lijken, maken ze zo betrouwbaar, want dat zie je namelijk ook op CNN en in de
pers bij de ooggetuigenverslagen van rampen en aanslagen zoals die van 11
september, want elke ooggetuige verteld zijn eigen persoonlijke ervaring, dat
wat hij op dat moment heeft gezien, gehoord en indruk op hem heeft gemaakt! En
dat is bij iedereen anders. Na het instorten van de Twin Towers kwamen alle
kranten en zenders met verschillende, tegenstrijdige verslagen en cijfers van
slachtoffers, maar dat deed niets af aan het feit dat het echt wel gebeurd is.
De opstanding van Yeshua is eigenlijk een
puur Joodse aangelegenheid, want het Jodendom kende individuele gevallen van
opstanding reeds lang vóór die tijd en bovendien maakte ,ytmh tyxt Techiat haMetim [de
herleving der doden] reeds toen al deel uit van het Joodse geloof. Sterker nog:
de opstanding van Yeshua kan uitsluitend vanuit Joodse bronnen
worden aangetoond! Per slot van rekening is Hij na Zijn verrijzenis uit het
graf alleen maar aan Joden verschenen, wat ook Sha’ul
haShaliach [de apostel Paulus] later
bevestigde: “Want voor
alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: De Mashiach is gestorven voor onze zonden, naar
de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt,
naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Keifa [Petrus], daarna aan de twaalven.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd
broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen
zijn ontslapen. Vervolgens is Hij verschenen aan Ya’aqov [Jacobus] en daarna aan al de Sh’lichim [apostelen]; maar het allerlaatst is
Hij ook aan mij verschenen, als aan een ontijdig geborene.” (1 Korinthiërs 15:3-8). En dan had
hij het nog niet eens over de vrouwen, aan wie Yeshua verschenen is, en ook niet over de Emmaüsgangers. Dat de opstanding van Yeshua vóór alles en in hoofdzaak een puur Joodse
geloofservaring was, blijkt uit het felle pleidooi van Sha’ul tegenover de Griekse gelovigen in Korinthe, die dit maar
niet konden bevatten: “Indien nu van Christus gepredikt wordt,
dat Hij uit de doden is opgewekt, hoe komen sommigen onder u ertoe te zeggen,
dat er geen opstanding der doden is? Indien er geen opstanding der doden is,
dan is ook Christus niet opgewekt. En indien Christus niet is opgewekt, dan is immers onze prediking zonder
inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof. Dan blijken wij ook valse getuigen
van G’d te zijn, want dan hebben wij tegen G’d in getuigd, dat Hij de Christus opgewekt heeft,
die Hij toch niet heeft opgewekt, indien er geen doden opgewekt worden. Immers,
indien er geen doden opgewekt worden, dan is Christus
ook niet opgewekt; en indien Christus niet is opgewekt,
dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook
zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven
onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle
mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die
ontslapen zijn. Want, dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding
der doden door een mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend
gemaakt worden. Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling,
vervolgens die van Christus zijn bij zijn komst; daarna het einde, wanneer Hij het
koningschap aan G’d de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle
macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat
Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die
onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen.” (1 Korinthiërs 15:12-27). Sha’ul zegt hier dus tegen de niet alleen Grieks sprekende maar
helaas ook nog Grieks denkende Korinthiërs, dat hun geloof zonder inhoud is als
zij de lichamelijke opstanding, die voor gelovige Joden vanzelfsprekend is,
niet kunnen of willen geloven en aanvaarden.
Van
Joodse zijde daarentegen wordt door critici het “teken van Yona” aangehaald om daarmee aan te tonen dat het christelijke
dogma van de Goede Vrijdag als sterfdag van de Messias en Paaszondag als dag van
Zijn opstanding niet kan kloppen. Wat bedoelen zij hiermee? Wat is eigenlijk
het teken van Yona? Laten wij eens kijken wat wij in
de Evangelieën hierover kunnen vinden: “Toen antwoordden Hem enige der
schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van
U willen zien. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig
geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken
van Yona haNavi [Jona, de profeet]. Want gelijk Yona drie dagen en drie nachten in de
buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde
zijn, drie dagen en drie nachten.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 12:38-40). Zoals reeds gezegd: de Grieken zijn
filosofisch ingesteld, maar de joden willen tekenen. Yeshua geeft hen het teken van Yona. Hij weigert hun een ander teken te geven, dan Hij hun
reeds gegeven had! In vers 40 verklaart Hij dit nader: Gelijk Yona drie dagen en drie nachten in de buik van de grote vis was,
en toen gezond en wel er uit kwam, aldus zal Yeshua even lang in het graf zijn, en dan weer opstaan. En toch is er
een groot verschil tussen beiden, want Yona
was gedurende drie dagen en drie nachten een gevangene om zijn eigene zonden,
maar even lang was Yeshua een Gevangene om onze zonden.
Maar waar het hier in het kader van deze studie om gaat is het getal van drie
dagen en drie nachten!
Goede Vrijdag
Een vraag die om deze reden
namelijk velen bezighoudt is hoe het dan zit met de Goede Vrijdag als sterfdag
van Yeshua.
Een eenvoudig rekensommetje geeft aan dat het niet kàn kloppen. Yeshua zelf heeft reeds van
tevoren diverse keren bekend gemaakt hoeveel dagen tussen Zijn dood en Zijn
opstanding zouden liggen. Ik zal er enkele van deze teksten noemen: “Van
toen aan begon Yeshua haMashiach zijn Talmidim [discipelen] te tonen, dat Hij naar
Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters
en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt
worden.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 16:21). – “En zij zullen Hem ter dood
brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. En zij werden
zeer bedroefd” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 17:23). – “En zij zullen Hem overleveren aan
de heidenen om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derden
dage zal Hij opgewekt worden.” (vhyttm Matityahu [Matthéüs] 20:19). – “En
Hij begon hen te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen
worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden en gedood
worden en na drie dagen opstaan.” (Marcus 8:31). – “En zij zullen
Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen
zal Hij opstaan.” (Marcus 10:34). – “De Zoon des mensen moet veel lijden
en verworpen worden door de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en
gedood worden en ten derden dage worden opgewekt.” (Lucas 9:22). – “En
zij zullen Hem geselen en doden, en ten derden dage zal Hij opstaan.”
(Lucas 18:33). – “En Hij zeide tot hen: Aldus staat er geschreven, dat de Mashiach moest lijden en ten derden dage
opstaan uit de doden.” (Lucas 24:46). - Volgens
al deze evangeliën is Yeshua ten derden dage
opgestaan uit de dood. Als Hij op vrijdag gestorven zou zijn om drie uur in de
namiddag, zoals reeds eeuwenlang in alle christelijke kerken wordt geleerd, dan
zou Hij maar twéé nachten en slechts één hele dag in het graf hebben gelegen,
want op vrijdagavond begint de nieuwe dag reeds om zes uur volgens de Joodse en
Bijbelse tijdrekening. De beschreven opstanding op zondagochtend zou dan
logischerwijze ten tweeden dage
plaats hebben gevonden, wat duidelijk in strijd is met zowel de evangeliën
alsook met de profetieën. Het is zo overduidelijk dat dit niet kan, en toch
week de christelijke Kerk in vrijwel al haar denominaties van katholiek via protestants
naar evangelisch toe geen duimbreed af van het dogma van de Goede Vrijdag! Hoe
kan dat nou? Kunnen ze allemaal niet tot drie tellen? Men beroept zich op het
feit, dat op dezelfde avond na het sterven van Yeshua de Shabat zou beginnen en men weet (of denkt te weten), dat èlke Shabat op vrijdagavond begint. Dus gaat men er automatisch van
uit, dat het ook op een vrijdag gebeurd moet zijn. En zo is de dwaling van de
Goede Vrijdag de wereld in gekomen. Het getuigt ten overvloede het gebrek aan
kennis van de door Yeshua zelf gepraktiseerde Joodse rituelen en gebruiken. Yochanan [Johannes] maakt
immers niet voor niets melding van het feit dat de Shabat, die op de kruisiging
van Yeshua
volgde, groot was: “De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de
lichamen niet op Shabat aan het kruis mochten blijven (want de dag van die Shabat was groot) vroegen Pilatus, dat hun benen
gebroken en zij weggenomen zouden worden”.
(]nxvy Yochanan [Johannes] 19:31). Wat wordt ermee bedoeld, dat de Shabat groot was? Over welke dag hebben wij het eigenlijk? Kijk, Yeshua is gestorven op 14 Nisan. De dag, die drie
uur later zou beginnen, is dus 15 Nisan, de dag van de ongezuurde broden: Yom haMatzot, en tevens de
eerste van het zeven dagen durende feest. In arqyv
Vayiq’ra [Leviticus] 23:7 lezen we dat op die
dag niet gewerkt mag worden en er een heilige samenkomst moet worden gehouden.
Hetzelfde geldt overigens ook voor 21 Nisan: “En op de vijftiende dag van deze maand is het
feest der ongezuurde broden voor de Eeuwige, zeven dagen zult gij ongezuurde
broden eten. Op de eerste dag zult gij een heilige samenkomst hebben; dan zult
gij generlei slaafse arbeid verrichten. Gij zult de Eeuwige een vuuroffer
brengen gedurende zeven dagen; op de zevende dag zal er een heilige samenkomst
zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten”. De eerste en zevende
dag van Chag haMatzot [het feest der ongezuurde broden], dat ten onrechte Pesach wordt genoemd, zijn
dus als het ware extra ingelaste Shabatot [meervoud van Shabat]. De dag na de kruisiging was dus zo een extra Shabat, die dan wordt gevolgd
door de gewone Shabat. Het was dus geen vrijdag maar donderdag. Dat met de toevoeging
‘groot’ wordt aangegeven, dat het hier niet om een ‘gewone’ Shabat ging, maar om een
feestdag, komt in de Engelse King Jamesvertaling van ]nxvy Yochanan [Johannes] 19:31
heel duidelijk naar voren: “...for that Sabbath day was a high day”. A high day - een hoogtijdag dus! De
Duitse Kepplervertaling zegt het zelfs nog duidelijker: “...weil jener
Sabbat ein hohes Fest war”. Ein
hohes Fest - een hoge feestdag, dus niet de gewone Shabat, die op vrijdagavond
begint! In ]nxvy Yochanan [Johannes] 19:14 lezen we over de sterfdag van Yeshua: “En het was
Voorbereiding voor het Pesach”. Hier wordt
duidelijk gezegd dat Pesach, dat volgens de rabbijnse opvattingen op de 15e
Nisan gevierd
wordt, de volgende dag zou beginnen: de extra ingelaste Shabat dus en niet de
gewone die een dag later was! Dit wordt zelfs ook door de Talmud bevestigt: “Aan
de vooravond van Pesach is Yeshua haNotzri gehangen...”
(Babylonische Talmud, traktaat over het Sanhedrin V, 2:43a).
In
Romeinen 4:25 schrijft Sha’ul, dat wij ons geloof moeten
vestigen “op Hem, die Yeshua Adoneinu uit de doden opgewekt
heeft, die is overgeleverd om onze overtredingen en opgewekt om onze
rechtvaardiging.”
- Met deze woorden wil Sha’ul ons duidelijk maken, dat de
rechtvaardiging van de zondaar afhankelijk is van de opstanding van Yeshua uit de doden. Als Yeshua nooit aan het kruis was gestorven
om de straf voor onze zonden op Zich te nemen, of als Hij in het graf was
gebleven en niet was opgestaan, dan zou G’ds belofte van verlossing en eeuwig
leven nooit vervuld kunnen zijn. Alleen de kruisdood en de opstanding van Yeshua, door het geloof en niet door
keiharde bewijzen aangenomen en beleden, kan de zondaar vergeving en het eeuwig
leven bieden. Wij moeten ervan doordrongen zijn dat het geloof in zowel het
lijden en sterven van de Mashiach alsook
Zijn opstanding absoluut noodzakelijk zijn voor onze verlossing, want er kan
logischerwijs geen verlossing zijn voor degenen die niet in de dood en de
opstanding van Yeshua geloven! Wij moeten daarom met
ons hart en niet alleen vanuit ons verstand geloven dat de Eeuwige Zijn Zoon Yeshua heeft opgewekt uit de doden! Maar
als wij dit echt met heel ons hart geloven, dan moeten wij ook daarvan getuigen
en Yeshua haMashiach openlijk en vol overtuiging als
opgestane Heer belijden: “Want indien gij met uw mond belijdt, dat Yeshua Heer is, en met uw hart gelooft,
dat G’d Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden!” (Romeinen 10:9). “Want indien
wij geloven, dat Yeshua gestorven en opgestaan is, zal G’d ook zo hen, die ontslapen
zijn, door Yeshua wederbrengen met Hem!” (1 Thessalonicenzen 4:14).